Jonge kinderen brengen steeds meer tijd door met kleine schermen: probleem of niet?

Eveline Meijer
Eveline Meijer

Jonge kinderen brengen steeds meer tijd door met kleine schermen. Maar wat zijn de gevolgen?

Jonge kinderen brengen steeds meer tijd door met kleine schermen. Dat blijkt uit een onderzoek van Common Sense Media onder kinderen van acht jaar en jonger. Maar liefst 98 procent van de gezinnen met kinderen heeft een mobiel apparaat in huis. De Amerikaanse kleintjes brengen daar 48 minuten per dag mee door.

Dat is een flinke stijging in vergelijking met eerdere jaren. Zes jaar geleden, in 2011, had slechts 52 procent van de gezinnen met kinderen een mobiel apparaat. Maar nu komen ze in Amerika net zo vaak voor als televisies in een huishouden. Bovendien brengen kinderen veel meer tijd door met die schermen: 5 minuten per dag in 2011 tegenover 48 minuten per dag dit jaar.

Het is dus duidelijk: er is een grote verschuiving gaande. Waar je moeder vroeger waarschijnlijk zei dat je vierkante ogen kreeg van te veel tv kijken, zullen de kinderen van nu dat horen over het gebruik van smartphones en tablets. Maar liefst 42 procent van de Amerikaanse kinderen heeft namelijk zelf zo’n apparaat in bezit.

Nederland

Dat is natuurlijk leuk voor Amerikanen, maar hoe zit het eigenlijk in ons eigen land? Dat weten we eigenlijk helemaal niet. Er zijn weinig onderzoeken naar dit soort onderwerpen, zeker onder erg jonge kinderen.

Maar het kan nog jonger: vorig jaar kregen 441 4-jarigen een telefoon Wel weten we dat kinderen op steeds jongere leeftijd een smartphone krijgen. Reden is dat ouders het belangrijk vinden dat hun kinderen bereikbaar zijn, blijkt uit onderzoek van KPN. Waar jongeren die nu 17 en 18 jaar oud zijn hun eerste telefoon kregen toen ze 13 jaar oud waren, kregen kinderen die nu 13 en 14 jaar zijn toen ze tussen de 11 en 12 jaar oud waren.

Vorig jaar kreeg zelfs 35 procent van de Nederlandse kinderen van 12 jaar oud hun eerste telefoon. Maar het kan nog jonger: vorig jaar kregen 441 4-jarigen een telefoon, meldt RTL Nieuws op basis van cijfers van het CBS.  Van de 5-jarigen kregen 993 kinderen een mobiele telefoon, 2588 waren 6 jaar oud.

Er kan echter niet eindeloos met smartphones gespeeld worden, want de jonge kinderen krijgen vrijwel altijd eerst een prepaid telefoon. Daardoor leren ze met geld omgaan: de kinderen moeten opletten hoeveel beltegoed ze nog hebben en hoeveel MB er verbruikt wordt met het sturen van een appje. Gemiddeld zijn kinderen bijna dertien als ze hun eerste abonnement krijgen.

Maar wat doet het met ze?

De grote vraag is natuurlijk wat zo’n smartphone of tablet nu eigenlijk doet met die jonge hersenen. Is het wel goed om zoveel tijd door te brengen met een klein scherm en er al zo jong mee te beginnen? Het simpele antwoord: dat weten we niet.

Is het de smartphone die tot depressie leidt of zijn deze mensen depressief waardoor ze hun smartphone zoveel gebruiken? Natuurlijk zijn er problemen als cyberpesten en privacy, maar welke effecten smartphonegebruik op de lange termijn heeft, is niet duidelijk. Er is namelijk nog weinig onderzoek naar gedaan. Bovendien is vaak niet duidelijk of een bepaald probleem nu een gevolg van smartphonegebruik is of niet.

Zo zijn er onderzoeken die stellen dat jongeren eenzaam, depressief en gestresst worden van hun smartphone. Daardoor zou er een generatie van zombies ontstaan.

Maar dat zouden alleen maar corelatieonderzoeken zijn, stelt mediapsycholoog Elly Konijn tegenover Eenvandaag. “Is het nou de smartphone die tot depressie leidt of zijn deze mensen depressief waardoor ze hun smartphone zoveel gebruiken?” En dat is dus niet helemaal duidelijk.

Onderzoekers van het Erasmus MC waarschuwden eerder dit jaar juist voor een heel ander probleem. Volgens deze onderzoekers zorgen al die schermen voor slechte ogen, meldt RTL Nieuws.

Ze onderzochten 5.000 Rotterdamse kinderen van 6 jaar, die vanaf de zwangerschap werden gevolgd. Besteden zij meer dan twee uur aan lezen en het spelen van computerspelletjes, dan zijn ze vaker bijziend.

Eigenlijk weten we het niet

De onderzoeken over het gevolg van veel mediagebruik beginnen eigenlijk nu pas. De echte grote gevolgen kennen we dus nog niet. Hoewel er problemen zijn als sexting, cyberpesten en privacyschending, zijn deze problemen niet specifiek verbonden aan jonge kinderen en vaak relatief gezien van tijdelijke duur (bijvoorbeeld alleen tijdens de middelbare schooltijd).

We beginnen nu pas met het stellen van vragen, de antwoorden moeten nog komen Maar of het veelvuldig gebruik van een smartphone of een tablet onder de kleintjes nu echt gevolgen heeft voor de lange termijn (bijvoorbeeld de rest van je leven) weten we niet. We beginnen nu pas met het stellen van die vragen, de antwoorden moeten dus echt nog komen.

We weten nog niet of er iets in de hersenen veranderd en of kinderen bijvoorbeeld beter of slechter gaan presteren als gevolg hiervan. Het is kennis die we pas in de toekomst krijgen en misschien zelfs pas als het te laat is.

Vooralsnog is het dus het beste om af te gaan op je eigen instinct. En of we vierkante ogen krijgen van al die schermen, dat zien we in de toekomst wel.