Onderzoekers vinden doorbraak in universeel maken van bloed

bloed

Bloedtransfusies vinden al jaren plaats, maar er zijn flink wat hindernissen. Het bloed dat je toegediend krijgt moet namelijk wel compatibel zijn met jouw eigen bloedgroep. Maar mogelijk is dat in de toekomst een stuk eenvoudiger. Wetenschappers van de Universiteit van British Columbia hebben namelijk een doorbraak gevonden in het universeel maken van bloed, meldt het AD.

Er zijn acht belangrijke typen bloed: A, B, AB en O in min- en plusvariant. Die plus- en minvariant noemen we de rhesusfactor. Het verschil zit hem in de suikers. Bij de bloedgroepen A en B zijn verschillende suikers aan hetzelfde eiwit vastgemaakt. AB heeft beide suikers, O heeft helemaal geen suikers.

Dit is belangrijk als je een bloedtransfusie wilt doen. Jouw bloedgroep moet vanwege die suikers overeenkomen met die van het bloed dat je toegediend krijgt. Komen ze niet overeen, dan kan er een afweerreactie opgeroepen worden. De bloedgroep O-negatief is een uitzondering: omdat de suiker en de rhesusfactor ontbreken, kan iedereen het ontvangen.

Doorbraak

Maar nu is er dus een grote doorbraak. Die begon echter al in 2007, toen er een methode ontdekt werd waarmee elke bloedgroep in O kan veranderen. Daarvoor werd een enzym gebruikt dat de suikers van de rode bloedcellen afhaalt. De bloedcellen van types A en B zien er voor het afweersysteem daardoor uit als O.

Er was echter een probleem met de methode: er zijn enorm veel enzymen nodig om dit voor elkaar te krijgen. Nu is er een oplossing gevonden: de enzymen van het maag-darmstelsel van de mens zelf. Daar zitten namelijk suikers in die overeenkomen met de suikers op de eiwitten van een rode bloedcel.

De wetenschappers bekeken welke bacteriën van die suikers leven, waarna er een enzym geïsoleerd kon worden. Dat enzym wordt door de bacteriën gebruikt om de suikermoleculen te verwijderen. De onderzoekers ontdekten vervolgens dat de enzymen ook functioneren op de antigenen in bloed.

Toekomst

De bedoeling is dat de methode snel op grotere schaal getest kan worden. En dat heeft positieve gevolgen voor ons. Er komt namelijk veel meer bloed beschikbaar voor transfusies, omdat iedereen dit ‘universele bloed’ kan ontvangen.