Waarom Kimi naar Sauber gaat

Koen Vergeer
Koen Vergeer

"Leave me alone, I know what I'm doing!"

De transfercarrousel in de Formule 1 draaide deze zomer overuren. En nog is het silly season niet afgelopen. Wie weet welke verrassingen er nog in het vat zitten. Na de blitz-move van Daniel Ricciardo naar Renault, dachten we dat het niet veel gekker kon.

De komst van Charles Leclerc naar Ferrari hing al een tijdje in de lucht, maar meteen daarna kwam de overstap van Kimi Räikkönen naar Sauber-Alfa Romeo toch wel als de grootste verrassing van dit seizoen.

The Iceman naar de ultieme middenmoter Sauber, waarom doet hij dat?

Oude kampioenen

Mijn eerste reactie was negatief. Oude kampioenen moeten niet in middelmatige auto’s gaan zitten.

Vergelijkbare gevallen uit het verleden spreken boekdelen: Damon Hill stapte in 1997 na het behalen van zijn eerste en enige wereldtitel over naar Arrows. Met allerlei mooie praatjes: Arrows heeft grote plannen, Hill neemt een schat aan ervaring mee, de toekomst ziet er goed uit, blabla. Het werd helemaal niks. Of denk aan het getob van Jacques Villeneuve bij Sauber in 2005.

Nog treuriger pakte de switch van Emerson Fittipaldi uit. In 1976 verruilde de tweevoudig wereldkampioen het topteam van McLaren voor Copersucar, het nieuwe Braziliaanse raceteam van zijn broer Wilson. Brazilië stond op z’n kop:

Het werd uiteindelijk een vijf jaar lange lijdensweg. Eind 1980 zette Emerson er een punt achter (om daarna nog een succesvolle Indycar-carrière te beginnen overigens).

De Fittipaldi-tjes echter hadden aanvankelijk grote ambities met de Copersucar, hoe zit dat met Kimi? Zit daar nog wel ambitie in?

The Iceman

Lang lang geleden, in 2001, kwam Kimi als een soort Max de Formule 1 binnen gesjeesd. Via talentenjager Sauber. Al snel werd hij opgepikt door McLaren (destijds nog steeds een topteam).

Bij de openingsrace in 2003 in Australië was Kimi de eerste van de nieuwe lichting coureurs die geen ontzag meer wensten te tonen voor alleenheerser Michael Schumacher, door hem in bocht 1 stevig opzij te zetten.

Na afloop op de persconferentie verklaarde hij met een guitige blik dat er slechts plaats was voor één auto, dus…

Dit soort acties en het onderkoelde commentaar met zijn schurende mompelstem maakten Kimi onmiddellijk populair. Hij kreeg al snel de bijnaam The Iceman.

Onvergetelijk is de race uit 2005 op de Nürburgring. Aan de leiding rijdend, kreeg Kimi problemen met de rechtervoorband. Ronden lang reden we on-board mee met het steeds gevaarlijker wobbelende wiel. Doodeng.

Een pitstop was verstandiger geweest, maar dat zou hem de overwinning kosten, dus Kimi reed onverstoorbaar door. Tot in de laatste ronde de ophanging het begaf:

Dát was Kimi. Bliksemsnel, cool, alles voor de zege.

Formule 1-liefhebbers, zoals ik, vielen massaal voor hem. Hij werd het soort coureur dat je altijd bij de voornaam blijft noemen: zoals Gilles, Ronnie, Jos, Max… Ook zijn monteurs droegen The Iceman op handen.

Want met Kimi kon je naast de baan ook geweldig lachen. In die tijd werd hij een keer stomdronken uit een stripclub gegooid. McLaren kwam met een excuus en de verklaring dat dit natuurlijk niet paste bij het imago van een multinationale onderneming, maar de rest van de wereld vond het prachtig.

De tijden van James Hunt, Formule 1-kampioen annex feestbeest uit de jaren zeventig, herleefden. Moest Kimi niet bij het feestje rond Schumacher en Pelé zijn? Nee, hij was even poepen.

De stoïcijnse rebel werd er alleen maar populairder op.

Ook zijn reputatie op de baan groeide, want Ferrari zette eind 2006 zelfs Schumacher opzij om Kimi binnen te halen. In mijn boek MaxMania heb ik uitgelegd waarom ik Kimi’s wereldtitel uit 2007 altijd een beetje verdacht zal blijven vinden.

Al had hij natuurlijk wel een supersterke tweede seizoenshelft en haalde hij de punten nodig om de twee McLaren-coureurs in te halen.

Bwoah…

Echter, Kimi’s imago begon ook tegen hem te werken. Zeker toen het wat minder ging met Ferrari. Kimi zou lui zijn, ongeïnteresseerd, geen motiverende kracht, geen leider.

Een beetje waar was het waarschijnlijk wel. Kimi was net als landgenoot Mika Häkkinen eigenlijk alleen geïnteresseerd in hard rijden. Teampolitiek, techniek, media, het liet hem allemaal koud, om het nog diplomatiek uit te drukken.

Uiteindelijk werd hij tamelijk bruut aan de kant geschoven. Met een doorbetaald jaarsalaris (naar verluidt 25 miljoen dollar), moest hij zijn zitje afstaan aan Fernando Alonso. Kimi nam een sabbatical, ging rally rijden, NASCAR, trucks, maar uiteindelijk miste hij toch een echt snelle auto op een circuit, en het whoooosh-leven in de Formule 1-paddock.

Dus keerde hij terug bij het bescheiden Lotus, om te laten zien dat hij het nog kon. Hij won onder meer in Abu Dhabi, na zijn legendarische boordradio:

Ferrari was overtuigd en haalde hem in 2014 terug naar Maranello. Maar deze tweede termijn bij Ferrari heeft Kimi in mijn ogen geen goed gedaan. Bij Ferrari werd hij (misschien wel contractueel) gedwongen tweede viool te spelen achter Alonso en later Sebastian Vettel, twee primadonna’s die uiterst bedreven zijn in teampolitiek.

Kimi ging misschien nog wel snel en scoorde veel punten voor het team, maar Vettel won de laatste vier jaar al 13 races, Kimi niet één. Meer en meer kreeg je de indruk dat hij er maar wat achteraan kachelde en waar nodig plaats maakte voor Vettel.

Ingekakt of niet, hij bleef mateloos populair. Een fotograaf wees mij erop dat veel van zijn fans zich helemaal kleden als Kimi.

Als Kimi een weekend zwarte sokken draagt in plaats van witte, hebben zijn fans de volgende race ook allemaal zwarte sokken aan. Nog altijd heeft hij het imago van de rebel, die lak heeft aan het benauwende en opgeklopte gedoe in het Formule 1-wereldje.

Zijn onderkoelde “bwoah” is intussen een soort handelsmerk geworden.

B-league

Moet deze kampioen op zijn retour nu wel voor Sauber gaan rijden? Op een persconferentie in Singapore was hij, op z’n Kimi’s, vrij duidelijk over zijn motivatie:

Kimi kan gewoon nog niet zonder Formule 1. Rijden in een echt snelle auto. Winnen gaat hij niet meer, maar daar gaat het hem niet meer om, vrees ik. Die drang is ergens verloren gegaan (mogelijk na zijn wereldtitel) en je kunt je afvragen of je dan nog wel in de Formule 1 moet zitten.

Zelfs Nico Hülkenberg en Lance Stroll hebben die drang, omdat zij blijven geloven dat zij ooit nog zullen winnen. Dan pers je alles eruit, op het maximum.

Maar Kimi gaat voor zijn plezier rijden. Het team vooruit helpen. Het team heeft immers grote plannen.

Ja natuurlijk, bij Sauber zijn ze superblij met Kimi. Een grote en bijzonder populaire coureur in de auto trekt nieuwe sponsors aan, nieuwe engineers.

Teambaas Vasseur vertelde dat de sollicitaties ineens binnenstromen. En Kimi neemt een schat aan ervaring mee. De toekomst ziet er goed uit.

Jaja, waar hoorden we het eerder? Het blijft wel gewoon Sauber…

Er is veel voor te zeggen dat een team als Sauber juist de jonkies een kans moet geven. Nu krijgt het team volgend jaar waarschijnlijk Ferrari-junior Antonio Giovinazzi in huis. Dus vooruit.

En: exit Marcus Ericsson, die in de hoogste klasse ook weinig meer te zoeken heeft. Het is Kimi, met zijn aparte karakter, vanzelfsprekend gegund.

Toch hoop ik dat hij nog ergens nieuwe motivatie vandaan kan halen. Want meetuffen, zoals hij de laatste jaren deed, en dan in de B-league om plaats tien of negen, dat past een ware kampioen niet.

Foto Kimi Raikkonen: ZRyzner / Shutterstock.com (Kimi Raikkonen), cristiano barni / Shutterstock.com (Alfa Romeo Sauber)