Vooruitblik op de Grand Prix van Japan: een circuit voor racers

Koen Vergeer
Koen Vergeer

Suzuka ligt Max wel.

Zo. Na het baantje door Poetins pretpark gaan we weer naar een echt circuit: Suzuka. Een baan voor racers.

Met heftige bochten, met ouderwetse grindbakken, met karakter en dientengevolge een fantastische geschiedenis. Kortom, een baan waar de Formule 1 weer echt Formule 1 kan zijn.

De Formule 1 is in Japan altijd ongelofelijk populair geweest. Zonder dat er ooit een Japanse coureur is geweest die met spetterende resultaten het vuurtje op stookte. Toch hebben maar liefst twintig Japanse coureurs het geprobeerd.

De bekendste onder hen: Satoru Nakajima, Takuma Sato en Kamui Kobayashi. Hoe dan ook, succes of niet, Japanse Formule 1-fans zijn altijd razend enthousiast en vaak uitbundig uitgedost. Ook daarom moet het voor de coureurs een feest zijn om in Japan te racen.

Foto via Charles Coates/Getty Images/Red Bull Content Pool

Hollywood

De eerste Grand Prix van Japan vond plaats in 1976 op de Fuji Speedway. Een absolute mijlpaal in de Formule 1-geschiedenis. Het was de allereerste race in het Verre Oosten.

Het was ook de eerste race die wereldwijd live te volgen was op de televisie. Hij móest dan ook doorgaan, ondanks de verschrikkelijke omstandigheden. De rest is geschiedenis.

Fuji 1976 was de ontknoping van een raceseizoen, zo dramatisch, dat het in Hollywood bedacht had kunnen zijn. De tweestrijd tussen Niki Lauda en James Hunt is in 2013 dan ook verfilmd, in Rush.

Minder bekend is een van de heerlijke sidestories van die race, over de inmiddels mythische Japanse racewagen, de Kojima KE007.

Heel de Formule 1-wereld was destijds verrast door de verschijning van een heuse Japanse auto die er tamelijk weird uitzag, maar onmiddellijk verduiveld snel ging. Local hero Masahiro Hasemi klokte op vrijdag een vierde tijd, en was op weg naar een voorlopige pole position, toen hij crashte.

Hasemi had gelukkig niets, maar van de auto was weinig meer heel.

Zak en as, want een reserve-auto had het team niet. Echter, van alle kanten stroomden vrijwilligers toe om te helpen de auto opnieuw op te bouwen. Er werd in ploegendiensten doorgewerkt.

Op zondagochtend was de KE007/2 gereed en kon Hasemi als tiende van start (vóór klasbakken als Depailler en Pryce). Tijdens de race kreeg hij echter tal van problemen aan de wagen. In de slotfase reed hij nog wel de snelste raceronde (hoewel het gerucht hardnekkig is dat Laffite sneller ging) – en kwam zo alsnog in de recordboeken terecht.

Een jaar later was de Kojima opnieuw van de partij in Japan. Daarna verdween de Grand Prix echter voor tien jaar van de kalender en werd ook van Kojima niets meer vernomen. In 1997 werd de auto terug gevonden in een schuur, hij is inmiddels gerestaureerd en wordt af en toe getoond in demo’s bij race festivals.

Finale

Vanaf 1987 stond Japan weer op de kalender. Met Suzuka. Altijd aan het eind van het seizoen, waardoor de Grand Prix van Japan een prominente plaats heeft in de racegeschiedenis.

Heel wat wereldkampioenschappen zijn beslist op Suzuka. Meteen in 1987: Nigel Mansell crashte zwaar tijdens de vrijdagtraining en kon niet starten; Piquet kampioen.

Mooier was de beslissing een jaar later. Ayrton Senna verknalde zijn start, maar toverde daarna een fenomenale inhaalrace uit zijn McLaren. Hij won de race en daarmee de titel.

Luister ook even naar het heerlijke commentaar en de djingles.

In de jaren daarna beslisten Senna en Prost het minder fraai onder elkaar op Suzuka. Ze reden elkaar genadeloos van de baan, en startten daarmee een slechte traditie in de Formule 1: liever een crash dan verslagen worden als het om de titel gaat. Zo ver zal het dit jaar waarschijnlijk niet komen.

In 1996 schreef Damon Hill op Suzuka geschiedenis door als eerste zoon van een wereldkampioen de titel te veroveren. Twee jaar later was er de finale in de titanenstrijd tussen Michael Schumacher en Mika Häkkinen.

Schumacher viel stil op de grid, reed daarna een ongelofelijke inhaalrace (waarbij hij al zijn gezworen vijanden moest passeren), maar viel tenslotte uit met een lekke band.

In 1999 won Häkkinen de titel opnieuw in Japan, een jaar later pakte Schumi eindelijk zijn eerste van vijf Ferrari-titels op Suzuka.

Old skool

In 2007 en 2009 keerde de Grand Prix van Japan terug naar de Fuji Speedway. Deze baan is eigendom van Toyota en het waren de jaren waarin Toyota vergeefs trachtte zich een plek te verwerven in de Formule 1.

Inmiddels is, zoals we weten, Honda weer van de partij en zit Suzuka weer stevig in het zadel. Iedereen houdt ook van Suzuka. Een echte old skool racebaan.

Vanaf de start-finish-lijn is er de lange sprint omlaag naar bocht 1. Deze helling was in 1988 het geluk van Senna: omdat de afgeslagen auto omlaag rolde sloeg hij ook weer aan. Na een paar honderd meter is het volle bak bocht 1 in, tempo 200. Snoeihard erin, maar omdat het tweede deel wat knijpt kun je daar lang zo hard niet.

Bocht 1 is een van de vele plekken waar ingehaald kan worden, mede omdat hier ook DRS gebruikt mag worden.

In 2005, zonder DRS, passeerde Kimi Räikkönen hier Giancarlo Fisichella in de allerlaatste ronde, na een sensationele inhaalrace van P17 naar P1.

Daarna volgen de beroemde Esses. Een fraai slingerend gedeelte, waarin het ritme allesbepalend is. Tempo 250, 220, 200, alles op gevoel. Vettel vroeg ooit aan Schumacher hoe hij die Esses doorging, waarop Schumi antwoordde: “Zo snel mogelijk. Vooral niet te veel nadenken.”

Hier Fernando Alonso in 2011:

Bovenaan de Esses is de Dunlop-bocht, blind over de heuvel heen. Een waar genot. En dan onmiddellijk omlaag richting de Degner-bochten. Hier is het zaak niet te diep te remmen. Echter, een beetje te weinig en je belandt naast de baan.

Veel uitstapjes worden gemaakt in de tweede Degner-bocht, net voor de brug. Na de brug volgt de run naar de hairpin. De haarspeld biedt opnieuw een prima inhaalmogelijkheid. Daarna is het rechts aanhouden voor de Spoon Curve. Een heel moeilijke bocht. Lastig om in te schatten hoe hard je er precies doorheen kunt.

In allerlei racespelletjes is Suzuka (naast Monza) mijn favoriete baan, maar de Spoon heb ik voor mijn gevoel nog nooit optimaal gerond.

Nog maar eens kijken hoe de Meester het deed in 2000 op weg naar de titel:

Schumacher is nog steeds de koning van Suzuka met zes Grand Prix-zeges. Hamilton en Vettel volgen elk met vier.

Na de Spoon Curve is het opnieuw volle bak, over de brug richting de 130R-bocht, een geweldenaar die volgas kan. Tempo 315. In 1994 vochten de volbloedracers Nigel Mansell en Jean Alesi hier een onvergetelijk duel uit.

Na de 130R gaat het nog steeds vol op de chicane aan. Daar gaf Prost in 1989 net niet genoeg ruimte aan Senna, waarna de McLarens op elkaar botsten. In 2016 zagen we hier ook een ferme, verdedigende actie van Max versus Hamilton:

Mercedes diende, op advies van een boze marshal een protest in, maar op aandringen van Hamilton trokken ze dit ook snel weer in.

Scheuren

Suzuka is een circuit voor Max: snelle bochten, scheuren maar. Dat blijkt ook wel uit de resultaten.

In 2014 reed Max hier, nét zeventien jaar oud, voor het eerst in de Formule 1, tijdens de vrijdagtraining. Het was meteen in het diepe, want Suzuka is een lastig en onvergeeflijk circuit. Het was misschien de enige keer dat vader Jos hem waarschuwde kalm aan te doen, om niet meteen een etiket opgeplakt te krijgen.

Twee jaar later was Max al in gevecht met de wereldkampioen om de tweede plek in de race – het laat nog maar eens zien hoe snel alles is gegaan. Ook vorig jaar reed Max naar plaats twee, dit keer achter Hamilton.

Zo’n resultaat lijkt nu onwaarschijnlijk. In Rusland bleek opnieuw hoe ver Ferrari en Mercedes los zijn van de Red Bulls, die op hun beurt weer mijlen ver voor liggen op de rest.

Het is jammer dat de tweede seizoenshelft al zo getekend is door de transfers en de vechtscheidingen. Het is misschien wel vermakelijk hoe Renault-baas Abiteboul en Max met modder naar elkaar gooien, maar van competitief racen komt intussen weinig meer terecht.

Sowieso zakt Renault steeds verder weg. De upgrade van Honda in Rusland zou goed zijn voor zes tiende per ronde, zo werd er gefluisterd in de paddock. “Met deze motor liggen we voor op Renault,” verklaarde teambaas Franz Tost in elk geval.

Helaas zagen we er weinig van, want de Toro Rosso’s gebruikten de motor alleen op vrijdag, voor de rest van het weekend werd een oudere motor gebruikt. Op Suzuka, beloofde Tost, ligt de nieuwe motor het hele weekend achterin.

We gaan het zien!

Foto Red Bull/Suzuka via  Charles Coates/Lars Baron/Getty Images/Red Bull Content Pool
Foto Michael Schumacher via David Acosta Allely/Shutterstock.com
Vector van circuit via Wikimedia [CC3.0]