media

Deze 5 thema's stonden centraal in de mediawereld in 2018

Elger van der Wel
Elger van der Wel

Een terugblik op het afgelopen jaar in de mediawereld. Het jaar van verdienmodellen, kwaliteit, audio, desinformatie en Facebook.

Nu het jaar weer op zijn einde loopt, begint ook het het grote terugblikken weer. Nu is dat op het gebied van innovatie in de journalistiek en media vrij gemakkelijk voor mij. Ik kan immers terugkijken op een jaar aan columns die ik elke zondag heb geschreven. Tijdens het doorlezen van alles wat ik heb geschreven, zag ik al vrij snel vijf thema’s die keer op keer terugkeerden.

1. De zoektocht naar een houdbaar verdienmodel

Elger van der WelElger van der WelWekelijks schrijft Elger van der Wel een column over innovatie in de journalistiek en media. Deze week blikt hij terug op 2018.Geld verdienen aan content op internet blijft de belangrijkste uitdaging voor veel uitgevers. Waar ze in 2017 nog dachten dat video op Facebook hen ging redden, zijn de meeste mediabedrijven inmiddels wakkergeschud. Geld zit uiteindelijk in betalende gebruikers, hoe lastig het ook is om dat geld ook echt uit ze te krijgen.

Er zijn allerlei manieren om mensen te laten betalen. Je kunt al je content achter een paywall verstoppen, of enkel een selectie premium-content. De zogenaamde metered paywall, waarbij je als gebruiker maandelijks vijf of tien artikelen gratis mag lezen, is populair bij veel kranten.

Het interessantste vind ik echter media die gebruikers zo ver krijgen te doneren of zelfs maandelijks te betalen, omdat ze het medium willen steunen. Immers: de band die je dan hebt met je publiek is veel sterker en intiemer dan wanneer iemand enkel betaalt voor toegang. The Guardian is daar het perfecte voorbeeld van: komend voorjaar gaat die krant eindelijk winst maken, dankzij betalende gebruikers.

Dichterbij huis hebben we natuurlijk het succesverhaal van De Correspondent. Zij hebben een hele groep betalende lezers aan zich weten te binden, al voor de start. En ja, zij richten zich op een groep die waarschijnlijk ook eerder bereid is om te betalen: een linkse, progressieve, hoogopgeleide groep mensen. Dat maakt het echter niet minder knap. Zeker niet als je kijkt naar wat ze deze week in de VS voor elkaar hebben gekregen: ze hebben meer dan 2,5 miljoen dollar opgehaald om komend jaar The Correspondent in de VS te lanceren. Uniek voor de journalistiek; nog unieker voor een Nederlandse partij.

2. Kwaliteit op 1

Dat een advertentiegedreven verdienmodel voor de meeste media onhoudbaar is en media op zoek zijn naar betalende gebruikers, brengt één groot voordeel met zich mee: kwaliteit wordt belangrijker dan kwantiteit. Als je wilt dat je een band met ze opbouwt en ze gaan betalen voor het werk wat je doet, moet je een ander soort content maken dan wanneer je als doel hebt zoveel mogelijk pageviews te genereren.

In Nederland zie je het verschil daartussen vrij concreet binnen de Persgroep: de Volkskrant richt zich online op betalende gebruikers met kwaliteitsjournalistiek; het AD is een klikmachine dat vooral geld wil verdienen met advertenties, in het bijzonder pre-rolls voor video’s. De premium-artikelen voor AD-abonnees lijken bijna verdwaald in de zee van clickbait-achtige koppen.

Uiteindelijk gaat het bij kwaliteit echter niet alleen over betalende gebruikers, het gaat er ook over waar de journalistiek nu eigenlijk voor dient. Zeker in de VS en het Verenigd Koninkrijk zijn redacties wakker geschud door de groeiende verdeeldheid in hun land en hopen ze een verschil te kunnen maken. Of dat lukt is de vraag, maar in een redactie die enkel wordt afgerekend op pageviews gaat het zeker niet lukken.

Het gaat ook om hoe serieus je de tijd van je publiek neemt. Die is schaarser dan ooit, in een wereld waar je toegang hebt tot oneindig veel media. Dus kun je er als media maar beter voor zorgen dat je de tijd van het publiek niet verspilt. Facebook is het levende voorbeeld van hoe je er voor kan zorgen dat mensen heel veel tijd bij je gaan doorbrengen, maar dat op de lange termijn onhoudbaar is als die tijd geen kwalitatieve invulling heeft.

In de strijd tussen kwaliteit en kwantiteit valt natuurlijk ook de opkomst van nieuwsbrieven op. Die is, net als de hele beweging richting meer kwaliteit, al langer aan de gang dan enkel dit jaar, maar is nog steeds niet te stoppen. Nieuwsbrieven over één onderwerp die je helpen om in een paar minuten bij te zijn over wat er speelt, blijven maar doorgroeien. Gebundeld, los van tijdlijnen en met een einde. Daar komt bij dat het de perfecte manier is om een band op te bouwen met je publiek, omdat mensen zich moeten abonneren.

Datzelfde geldt natuurlijk voor podcasting, waar het publiek dagelijks of wekelijks 20 minuten tot meer dan een uur naar je luistert. Er bestaat online geen ander medium dat zo intens wordt geconsumeerd en waar mede daardoor zoveel ruimte is voor kwaliteit.

3. Audio, audio en nog meer audio

We zagen afgelopen jaar niet alleen dat podcasting verder doorgroeide, maar ook dat bedrijven als Spotify en Google door hebben dat ze mee moeten doen. Zij zien op termijn geld in het medium, maar voor nu is het vooral goed nieuws voor makers omdat het voor het publiek makkelijker wordt om podcasts te beluisteren.

Het schoolvoorbeeld van hoe krachtig de podcast kan zijn, is denk ik The Daily van The New York Times. Daar is het hoogsthaalbare voor journalisten niet langer dat hun verhaal op de voorpagina van de papieren krant komt, maar dat ze mogen aanschuiven bij Michael Barbaro in The Daily.

In Nederland worden nog steeds drie dagelijkse nieuwspodcasts gemaakt, investeren kranten, BNR en zelfs de NPO steeds meer in podcasting en blijft podcastplatform Dag en Nacht Media zijn aanbod uitbreiden.

Er is echter meer dan podcasting: Blendle lanceerde begin dit jaar Blendle Audio en de NOS test op dit moment het aanbieden van nieuws-updates in zijn app voor mensen die een koptelefoon hebben aangesloten. De belangrijkste ontwikkeling in Nederland was echter de release van de Google Assistent en bijbehorende Google Home-speaker.

Veel landelijke media bieden al nieuwsbulletins en -updates aan op het platform. Het echte experimenteren naar wat werkt – en vooral ook wat het publiek waardeert – moet echter nog beginnen. Verkoopcijfers van de Google Home zijn er nog niet, maar met verkoop in iedere Albert Heijn en speakers voor 30 euro tijdens Black Friday lijkt het erg hard te gaan.

4. De strijd tegen desinformatie

Tot zover de positieve of semi-positieve ontwikkelingen. De term nepnieuws was ook dit jaar niet weg te denken uit het maatschappelijke debat. En dan niet alleen omdat een niet nader te noemen Amerikaanse president de term consequent blijft gebruiken voor media die hem niet zinnen. Mede daarom dat ik het liever heb over desinformatie.

Het is een probleem waarvoor niemand nog de oplossing heeft. Er wordt nog steeds gekeken naar de grote platformen waarop desinformatie wordt verspreid en onder druk hebben ze het afgelopen jaar allerlei maatregelen genomen om de verspreiding van desinformatie de kop in te drukken. Een echte oplossing zit er echter niet tussen, vooral ook omdat je wilt voorkomen dat de platforms in kwestie datgene wat gedeeld wordt op hun platform gaan filteren. De lijn tussen het stoppen van de verspreiding van desinformatie en censuur is heel dun.

Het wordt steeds duidelijker dat de oplossing uiteindelijk bij de gebruiker ligt. Die moet kritisch zijn op wat hij leest en deelt; die moet desinformatie leren herkennen. De vraag is of het haalbaar is om iedereen dat te leren.

Deels zijn er natuurlijk technische oplossingen mogelijk, zeker als het gaat om bijvoorbeeld gemanipuleerde video’s. De software om video’s aan te passen wordt steeds beter, sneller en toegankelijker. Als mens hebben we de eigenschap om te geloven wat we zien en horen, waardoor het het perfecte middel is voor de verspreiding van desinformatie. Een soort verplichte/automatische bijsluiter bij bewerkte bestanden zou op lange termijn uitkomst kunnen bieden. Sowieso ligt er bij bedrijven die bewerkingssoftware maken een steeds grotere verantwoordelijkheid.

5. En dan is er nog Facebook

Hier zou ik natuurlijk een losse column over kunnen schrijven. In 2018 stapelde schandaal op schandaal op schandaal zich bij Facebook, terwijl steeds meer uitgevers wakker zijn geworden dat het vrij onverstandig is om je hele businessmodel op Facebook te bouwen. De Amerikaanse site Mic, die bijna al zijn personeel heeft ontslagen en de resten heeft verkocht, is daar het meest recente voorbeeld van.

Als je naar Facebooks eigen jaaroverzicht kijkt, dan zie je een compleet ander jaar, dan de buitenwereld heeft gezien. Meerdere privacyschandalen en een totaal gebrek aan ethisch besef voerden de boventoon.

En terwijl gebruikers heel voorzichtig Facebook links laten liggen – begrijp me niet verkeerd: Facebook is nog steeds gigantisch in vergelijking met alle andere platformen – probeert het bedrijf Instagram om te bouwen tot het nieuwe Facebook. De groeitactieken die erbij Facebook voor zorgden dat het er steeds minder leuk werd, zien we nu terug op Instagram. De app wordt verder volgepompt, alsof het een ballon is. En iedereen weet wat er gebeurt als je een ballon te lang oppompt…

De vraag is natuurlijk wat 2019 brengt. Voor Facebook en voor de media in het algemeen. Nu kan ik niet in de toekomst kijken, maar alle vijf de ontwikkelingen van het afgelopen jaar die ik heb besproken zijn nog niet afgelopen. Ze zullen ook komend jaar bepalend zijn voor de media. Daarnaast zullen er ook weer nieuwe thema’s bijkomen. Ik blijf die ook komend jaar voor je volgen en duiden in deze column.

Dit was mijn laatste column van Elger voor dit jaar. De komende weken geniet ik van een korte Kerstvakantie.