Numrush

Acht manieren waarop technologieën ons brein hebben veranderd

Technologie heeft de mens veranderd. Het laat ons anders denken, voelen en zelfs dromen. Het beïnvloedt ons geheugen, onze aandachtsspanne en slaappatronen. Dat komt door neuroplasticiteit, het vermogen van onze hersenen om zich aan te kunnen passen aan nieuwe ervaringen.

De meningen zijn verdeeld over wat dat nu precies voor ons betekent. Zo stellen sommige experts dat we nu onze levens beter kunnen organiseren en onze geest vrij kunnen maken voor diepere gedachten. Anderen stellen echter dat onze aandachtsspanne steeds korter wordt, we minder creatief zijn en ongeduldiger zijn.

Mashable stelde daarom een lijst op van acht wijzen waarop technologieën ons brein fundamenteel hebben veranderd; zowel ten goed als ten slechte.

1. We dromen in kleur

Het kijken van televisie heeft een grotere invloed op ons brein dan je in eerste instantie zou denken. Volgens een onderzoek van de Scotland’s Dundee University in 2008 dromen volwassen boven de 55 die zijn opgegroeid met zwart-wit televisie vaker in zwart-wit. Jongere deelnemers, die zijn opgegroeid met Technicolor, dromen echter bijna altijd in kleur. De American Psychological Association (APA) bevestigde deze resultaten in 2011.

Eerder onderzoek toonde al aan dat er een relatie is tussen het kijken naar zwart-wit televisie en het in zwart-wit dromen. Pas vanaf de jaren zestig, met de introductie van Technicolor, begonnen we weer in kleur te dromen net zoals vroeger.

2. We zijn bang om dingen te missen


Dit kun je ook wel “the fear of missing out” (FOMO) noemen en wordt door de New York Times ongeschreven als: “the blend of anxiety, inadequacy and irritation that can flare up while skimming social media”. Een sociale angst die geassocieerd wordt met moderne technologieën zoals mobiele telefoons en sociale netwerksites.

Hoewel mensen vóór Instagram en Facebook vast ook weleens bang waren om iets te missen lijkt het door alle foto’s en berichten op sociale media van perfecte diners, onmisbare feestjes en drinkende vrienden alsof je altijd iets mist – ook al hebben dat soort activiteiten niet perse jouw voorkeur. Volgens onderzoekers verpest het kijken naar foto’s van eten zelfs je smaak zodat je minder van je eigen eten kan genieten.

3. We hebben last van het “fantoomvibratiesyndroom”

Volgens onderzoek in het wetenschappenlijke tijdschrift Computers and Human Behavior zijn onze hersenen zo ingesteld dat we denken dat onze telefoon gaat zelfs als dat niet zo is. Een verbazingwekkend aantal van 89 procent van 290 deelnemende studenten bleek “fantoom trillingen” te ervaren, de fysieke sensatie dat je telefoon trilt ook al gebeurt dat niet. Een ander onderzoek onder ziekenhuismedewerkers bevestigt deze resultaten.

4. We kunnen niet slapen


We zijn zo gewend om in slaap te vallen met het licht van onze smartphone, tablet of laptop in ons gezicht dat we juist steeds minder goed kunnen slapen.

Volgens neurowetenschappers zorgt het licht van dat soort apparaten dat de hormonen die ons in slaap brengen niet meer de juiste signalen ontvangen. Ons brein denkt dan dat het nog steeds overdag is waardoor je interne klok in de war raakt. We zijn vooral gevoelig voor het blauwe licht dat van schermen afkomt. In plaats van ons te helpen om in slaap te vallen wordt onze slaap dus juist verpest.

5. Ons geheugen en onze aandachtsspanne verslechterd
Vroeger werden studenten gestimuleerd om zoveel mogelijk informatie in zich op te nemen en te onthouden. Inmiddels kunnen we echter veel informatie op internet vinden en proberen we het daarom niet eens meer te onthouden.

Uit onderzoek blijkt dat jonge mensen minder goed standaard persoonlijke informatie kunnen onthouden zoals de verjaardag van familieleden en telefoonnummers. Daarnaast blijken rekenmachines ons vermogen tot het uitvoeren van simpele wiskundige opdrachten te verminderen. En sommige mensen kunnen zelfs niet meer de weg vinden zonder gebruik te maken van een navigatiesysteem.

Bovendien wordt onze aandachtsspanne steeds korter. Mensen die veel gebruik maken van digitale media vinden het bijvoorbeeld lastiger om voor lange tijd een boek te lezen en scannen liever een digitaal artikel dan elk woord te lezen.

6. We hebben betere visuele vermogens

Volgens een onderzoek uit 2013 zorgen games zoals Halo en Call of Duty voor het beter en sneller kunnen maken van beslissingen en visuele vaardigheden. Door de snelheid van dit soort games moeten gamers snel beslissingen maken op basis van visuele aanwijzingen.

Bovendien kunnen gamers beter contrast zien van objecten in donkere omgevingen. Games zoals Starcraft verbeteren juist de flexibiliteit van het brein doordat gamers continu moeten wisselen tussen bepaalde taken.

7. We kunnen onze impulsen minder goed onder controle houden
Uit dezelfde studie blijkt echter ook dat gamers sneller in impulsief of agressief gedrag vervallen. Games zoals Halo stimuleren gamers om snel beslissingen te maken in gewelddadige situaties wat er toe leidt dat ze ook in het echte leven sneller agressief zullen reageren.

Daar is echter veel kritiek op want er zijn ook genoeg studies die het verband tussen gewelddadige games, agressie en aandacht juist ontkrachten.

8. We maken meer


Technologie maakt het eenvoudiger voor mensen om bezig te gaan met creatieve media. Volgens Clay Shirkey verhoogt het internet de “cognitieve overschot”, de overtollige hersencapacitieit die we besteden aan activiteiten die we leuk vinden.

Sociale media stimuleren individuen om bezig te gaan met tekst, afbeeldingen en videos op een andere manier dan passief televisiekijken. Je kunt eenvoudig berichten delen, promoten of zelf plaatsen. Mensen zijn dus eerder geneigd om iets van zichzelf te delen.

Once we stop thinking of all that time as individual minutes to be whiled away and start thinking of it as a social asset than can be harnessed, it all looks very different,” zegt Shirkey. “The buildup of free time among the world’s educated population — maybe a trillion hours per year — is a new resource.