Numrush

Het verleden, heden en de toekomst van wearable technologie

Vorige week woensdag vond de finale plaats van We Are Able, de competitie waarin we studenten door heel Nederland hebben uitgedaagd om de meest innovatie apps voor smartwatches te bedenken. ‘We Are Able’, een mooie ‘play’ op wearable, maar uiteindelijk ook hoe technologische innovatie met ons leven samensmelt: het moet ons in staat stellen om meer uit onszelf, anderen en onze omgeving te halen. Ter introductie van de challenge gaf ik de afgelopen maand 3 gastcolleges in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, waarin ik keek naar het verleden, heden en de toekomst van wearable technologie. Een samenvatting.

‘Wearable computing’, ‘wearable technology’ of simpelweg ‘wearables’: het volgende buzzword lijkt zich al vroeg in 2014 te hebben gemeld en lijkt de afgelopen maanden aan een niet te stuiten opmars bezig. We hebben hem vast al gehoord: dit is het jaar van wearables! Maar wat is nu eigenlijk wearable tech en wat maakt het nu zo’n belangrijke trend dat iedereen er zo over bezig is. Laten wij bij dat eerste beginnen.

Wikipedia stelt het volgende: “Wearable technology is related to both the field of ubiquitous computing and the history and development of wearable computers. With ubiquitous computing, wearable technology share the vision of interweaving technology into the everyday life, of making technology pervasive and interaction friction less.

Da’s een hele mond vol, maar wat nu als we de uitleg opbreken in stukken?

‘Interweaving technology into the everyday life’
Een belangrijke zin midden in de definitie volgens Wikipedia is ‘interweaving technology in to everyday life’. Een zin die ons allemaal tot de verbeelding zou moeten spreken, want we hoeven ons hoofd over het algemeen slechts 45 tot 90 graden te draaien om de voorbeelden te ervaren. Of het nu gaat om de toeristen die op De Dam foto’s staan te nemen, of de hipster die lui in de bank wat op zijn smartphone zit te turen, technology is verweven met ons dagelijks leven.

Persoonlijk vind ik het gebruik van een smartphone om te navigeren in een auto misschien nog wel het meest opzienbarende voorbeeld: we bedienen een brok massieve (klassieke) techniek en turen ondertussen naar een kleiner stuk techniek (smartphone) met daarin nog veel kleinere stukken prachtige techniek als GPS en retina displays.

Vanuit deze voorbeelden bezien is het overigens helemaal niet gek dat Google Glass op dit moment – al dan niet beschimpt – geldt als hét voorbeeld van wearables voor een groot publiek.

‘Making technology pervasive and interaction friction less’
We maken dus al op grote schaal gebruik van technologische innovaties, maar veel van de technologie die we op dit moment gebruiken vergt een aanpassing aan onze kant. Een DOS-prompt of het gebruik van een muis zijn misschien wel de meest typerende voorbeelden van gedragsveranderingen die we moeten ondergaan om sommige techniek te kunnen gebruiken.

Daardoor is de technologie misschien wel nadrukkelijk aanwezig, maar wellicht niet zo doordringend als hij zou kunnen zijn. De frictie belemmerd ons om het onderste uit de kan te halen. Wat opvalt, is de spatie op het einde van deze zin: ‘friction less’. Verminderde weerstand, alsof Wikipedia ons wil meegeven dat we niet moeten streven naar een leven dat bestaat uit frictieloze technologie.

Kijkend naar voorbeelden die sinds de introductie van Google Glass voorbij zijn gekomen, kunnen we hier ons natuurlijk wel een beeld bij vormen. Van de Moto 360 Smartwatch die op sierlijke wijze je door de stad navigeert tot de prikkelende beelden van Under Armour, wat al dik 2 jaar werkt aan een ‘smart suit’ dat via sensoren die in de stof zijn verweven niet alleen kan meten hoe de stats van de sporter zijn, maar deze ook op de arm kan ‘projecten’ door de slimme vezels op de mouw.

Klinkt dat allemaal bijzonder futuristisch? Besef dan dat sportgigant Adidas al in 2012 een aantal succesvolle tests deed met slimme sensoren in het shirt van voetballers in de Major League Soccer, waarbij hartslag, vochtverlies, lichaamstemperatuur en afgelegde kilometers vanuit het shirt werden verzonden naar de coach in de dug-out.

‘The history and development of wearable computers’
Schrijvend op een Macbook Air of lezend op je tablet is het nog steeds bevreemdend om je te realiseren hoe groot de sprongen zijn die we de afgelopen 60 jaar hebben gemaakt. De eerste computers ter wereld waren enorme stellages, die vaak met meerdere mensen moesten worden verplaatst en ze bedienen gebeurde met enorme ponskaarten met ‘code’.

Wie tegenwoordig zijn SD-kaartje uit zijn GoPro haalt, kan zich moeilijk voorstellen dat de eerste ‘harde schijf’ van IBM met een eigen vliegtuig van de ene naar de andere stad moest worden verplaatst. Opslagcapaciteit? 5MB.

Pak ‘em beet 30 jaar geleden werd het voor consumenten pas echt interessant, toen de rekenkracht compact genoeg was om op een bureau plaats te nemen. De ‘desktop’ deed zijn intrede en zou in rap tempo het landschap der werkplekken drastisch gaan veranderen.

Wanneer we praten over de innovatie-op-innovatie die plaats vond de afgelopen jaren, verwijzen we vaak naar de theorie van oud-Intel medewerker Gordon Moore. Hij voorspelde aan het begin van de 70’s dat het aantal transistoren op een geïntegreerde schakeling (vaak onterecht teruggebracht tot ‘de rekenkracht van een microchip’) elke 24 maanden zou gaan verdubbelen. De Wet van Moore zou tot 2011 gelden. Vanaf dat moment was miniaturisatie minder prangend en ontstonden er volgens experts sowieso behoorlijke fysieke barrières.

Zelfs Moore twijfelt of de nieuwe nanotechnologie in staat is om schakeltechniek te vervangen. Niet perse omdat de technologie qua schaalbaarheid veel overeenkomsten toont, maar vooral vanwege het formaat van de elektronica industrie. “Die vervang je niet zomaar”, aldus de inmiddels gepensioneerde Moore.

Niet dat ze bij Moore’s oude werkgever stil zijn blijven zitten trouwens. Intel lanceerde eind vorige jaar Quark, een volledige System On A Chip (SoC). Intel’s Quark is een klein wonder, letterlijk en figuurlijk: microprocessor, geheugen en andere kerncomponenten van een computer op het formaat van je nagel. Hoe mind-blowing dat nou precies is, kon ik begin dit jaar op de CES ervaren toen ik de Edison in mijn handen kreeg: een volledige computer op het formaat van een SD-kaart, gemaakt voor wearable tech.

Realiteit volgt fictie
Dat de mens zich altijd heeft willen omringen met mobiele rekenkracht, is overigens van alle tijden. Al in de 17e eeuw lieten de keizers van het Qing-dynastie hun inkopers uitrusten met een ring voorzien van een piepkleine abacus. Op deze manier zouden zich zij zich nummer laten verrassen zonder telraam.

En ook de drang om onze zintuigen of kunnen te vergroten zien we al op vele manieren in onze levensloop terug. Zo zou Petrus op een van de eerste schilderijen waarop een bril te zien is, niet zomaar een bril dragen, maar eentje met een speciaal soort glas waardoor hij zijn geschreven teksten nog scherper zou kunnen zien. Maar misschien is onze liefde voor science fiction nog wel duidelijker. Van Star Trek, dat in de 70’s het publiek verbaasde met alle hi-tech, tot de verfilmde versies van Minority Report en Iron Man die de trend voor de afgelopen 10 jaar (en wellicht wel de komende 10) hebben gezet.

Wie twijfelt over de impact van science fiction op ons dagelijks leven hoeft alleen maar te kijken naar de ontwikkeling van de Scanadu Scout. Deze medische tracker komt voort uit een wedstrijd met als doel “het ontwikkelen van een tri-corder”. De tri-corder: dat medische gereedschap uit (jawel)… Star Trek.

Het dagelijks leven als innovatiemotor
Steve Mann is absoluut geen Tony Stark, maar is buiten stripboeken en Hollywood wel één van de belangrijkste sleutelfiguren in de ontwikkeling van wearables. Vanaf de jaren ’80 werkt Mann, samen met een grote groep fanatieke medeliefhebbers, aan talloze toepassingen van draagbare technologie. De Amerikaan begint met een helm en een typische 80’s camera en verzendantenne, maar blijft schaven aan zijn concept.

Tijdens zijn onderzoek rijgt Mann de uitvindingen aan elkaar, waaronder de intussen populaire HDR-stand op smartphones. In 1999 lijkt Mann met zijn Generatie 4 Glass een wel heel effectief design te pakken te hebben.

De grote drijfveer van Mann en zijn mede-bouwers wereldwijd? “Lifeloggen”, het kunnen bijhouden van je dagelijkse gang van zaken middels camera’s, GPS en audio. Geen verrassing dus dat Mann vorig jaar te zien was in de documentaire over het onderwerp, gemaakt door het team van Narrative, de camera die elke 30 seconden een foto maakt.

Wearables, de nieuwe smartphone
Dat er in de afgelopen 10 jaar veel is gebeurt, lijkt een understatement. Maar rechtvaardigt het de koppen van de afgelopen maanden, die stellen dat dit het jaar van wearables wordt? Of de cover van Wired, dat stelt dat wearables zo groot zullen zijn als smartphones? Waar zit nu eigenlijk die aantrekkingskracht?

Onderstaande grafiek laat zien hoe verweven wearables kunnen zijn in zowel een fysieke als een virtuele wereld. Sterker nog, ze zouden kunnen optreden als een brug, door ze in te zetten voor bijvoorbeeld fysieke authenticatie of augmented reality.

Toch zien we nog maar weinig verrassingen als het gaat om de huidige generatie wearables. Maar liefst 61% van alle wearable tech die op het moment op de markt is, is een activity tracker. En als we de ontwerpen op een rijtje zetten, zien we ook niet bijster veel verrassingen als het gaat om de designs. Het zijn vooral horloges, clip-ons en zogenaamde ‘smartbands’ die de huidige markt domineren. Slechts een klein percentage van alle huidige gadgets richt zich op bijvoorbeeld headsets, contactlenzen of direct op de huid.

Kortom, het klinkt nog niet als een markt die zich razendsnel ontwikkelt, maar tegelijkertijd vallen analisten over elkaar om de potentiële marktwaarde te duiden. Volgens de meeste onderzoeken zullen wearables de komende 4 jaar als zoete broodjes over de toonbank gaan: van 19 miljoen verscheepte gadgets aan het eind van dit jaar naar liefst 112 miljoen in 2018. Dit alles moet leiden tot een totale marktwaarde van bijna $6 miljard, met Europa en Azië als sterkste afzetgebieden.

Ook de toepassingen en technologisch vernuft van de hardware zal de komende jaren een ontzettende vlucht gaan nemen. Praten we nu nog vaak over wearables in de vorm van clip-ons, sieraden of brillen, verschuiven we de komende jaren steeds meer naar slimme kleding en maken ‘embeddables’, hardware op of zelfs onder onze huid, een sterke opkomst. Gebruiken we de huidige techniek nog vooral om data te registreren of externe data te visualiseren, zullen wearables zich in de nabije toekomst per persoon afstemmen op ons bioritme en zullen ze zelfs in staat zijn om lichamelijke functies over te nemen indien nodig.

Via verbazing en weerstand naar authenticiteit
Elke (technologische) vernieuwing brengt zijn eigen golf van verbazing en weerstand met zich mee. Het is bij wearables niet anders. Eerder schreef ik al over het ARIA-model waar naar mijn mening elke vernieuwing doorheen moet: Amazement, Resistance, Imitation en uiteindelijk Authenticity.

Verbazing over de mogelijkheden van nieuwe technologie, gevolgd door een weerstand om de techniek te gebruiken is niemand vreemd. We hoeven slechts te kijken naar de adoptie van de mobiele telefoon eind vorige eeuw om in te zien hoe de massa zich kan verbazen en direct tegen een innovatie kan keren.

Wanneer een innovatie deze fase kan overleven en zich richting ‘imitatie’ kan werken, zal een bredere adoptie er vaak toe leiden dat er met frisse blik wordt gekeken naar de mogelijkheden en dus uiteindelijk: authenticiteit.

Waar staan we nu en waar gaan we heen? Dat is voer voor een mooie discussie! Maar misschien zegt onderstaande commercial uit oktober 2013 wel meer dan we in eerste instantie dachten:

(cover visual door Dan Matutina)