Numrush

Quantified Self: een terrein vol innovatie en ontwikkeling

De term ‘quantified self’ bestaat nog niet zo lang, volgens deze blogpost past sinds 2007. Het gebied van de meetbare zelf is razendsnel aan het ontwikkelen. En na ruim 6 jaar is dan ook tijd om even stil te staan bij wat er de afgelopen jaren allemaal gebeurd is en hoe we nu verder gaan.

In 2007 schreef Kevin Kelly dat de vraag over wie wij zijn een centrale rol zou gaan spelen in technologie. Hij verwachtte dat onder meer lifelogging, locatie tracking, digitalisering van lichaamsinformatie, medische gegevens en zelf-diagnose binnen handbereik zou komen.

Nu hebben we verschillende van deze elementen al in de praktijk gezien. Met alle activity trackers die momenteel op de markt komen, health trackers als de Scanadu Scout en de vele wearables explodeert de markt. Er is nu zelfs zo veel keuze dat het bijna te moeilijk wordt om te kiezen, zegt Nova Spivack in een column.

Hij doet zelfs een oproep voor één of twee grote winnaars. Deze winnaars kunnen de consument overzicht geven. Belangrijk hierbij is dat er zorgvuldig omgegaan wordt met de persoonlijke data. Spivack verwacht dan ook niet dat een bedrijf als Apple met de iWatch de strijd van de QS zal winnen; mensen zijn volgens hem nu eenmaal niet bereid om aan Apple te veel persoonlijke gegevens af te staan.

Ook zou de term ‘quantified self’ niet meer actueel zijn. Meten is namelijk alleen input, terwijl juist de output, wat je met de data kunt doen, echt interessant is. Spivack stelt daarom de term ‘lifestreaming’ voor: het verzamelen van data en deze omzetten in een begrijpbaar verhaal. Hierdoor wordt alle data beschikbaar en kun je er ook daadwerkelijk wat mee doen.

Een manier waarop Lifestreaming voor iedereen beschikbaar zou kunnen worden, is door het combineren van Lifelogging app Saga met camera Narrative (eerder Memoto). Niet alleen kun je zo al je persoonlijke data verzamelen, maar wordt dit een verhaal door de foto’s die erbij gemaakt worden.

Spivack heeft gelijk dat er momenteel erg veel trackers zijn; het verschil tussen verschillende trackers is vaak niet duidelijk en de verzamelde data biedt niet altijd een meerwaarde. Toch zorgt juist deze grote keuze voor nieuwe innovaties: iedere nieuwe wearable moet innoveren om interessant te worden voor de markt. Als er slechts één speler over blijft, stagneert de groei en is er minder ruimte voor nieuwe ideeën.

Ook aan het vertellen van verhalen via devices zit een risico. Het vertellen van verhalen is de meest gebruikte vorm van communicatie en het idee van Spivack zal dan ook veel mensen aanspreken. Maar er hoeft slechts één dingetje fout te gaan, en iedereen kan zien waar jij op elk moment van de dag bent. In tegenstelling tot de huidige trackers, die lekker persoonlijk en individueel zijn, ligt door verhalen te maken je hele leven op straat. De vraag is hoe erg dat idee aanspreekt.

De markt van wearables groei en zal de komende tijd nog blijven groeien. Er zijn nog te veel mogelijkheden om te onderzoeken op dit gebied om te kunnen voorspellen wat er gaat gebeuren. Ik ben benieuwd of Spivack gelijk gaat krijgen!