Popily

Jonathon Morgan: Een wereldverbeteraar met data als wapen

Elger van der Wel
Elger van der Wel

De wereld verbeteren met data. Dat is het levensmotto van datawetenschapper en ondernemer Jonathon Morgan.

Jonathon Morgan heeft op 32-jarige leeftijd een indrukwekkend CV opgebouwd. Hij is datawetenschapper en ondernemer en werkt veel samen met journalisten en non-profitorganisaties om waardevolle informatie uit data te halen. Morgan is CEO van Popily, een startup die bedrijven en organisaties helpt om iets te doen met data; is één van de hosts van Partially Derivative, een podcast over data en hij kwam begin dit jaar in het nieuws met een groot onderzoek dat hij deed naar de activiteiten van IS op Twitter.

Jonathon MorganJonathon MorganJonathon Morgan is datawetenschapper en CEO van Popily, een tool die helpt om relevante informatie en verhalen uit data te halen. Eerder werkte hij aan CrisisNET voor Ushahidi en deed hij een groot onderzoek naar IS op Twitter.En juist dat onderzoek is sinds vorige week weer razend actueel. Samen met de Amerikaanse journalist JM Berger deed hij onderzoek naar hoe IS social media, en in het bijzonder Twitter, gebruikte. “Lange tijd was daar veel onduidelijkheid over. Mensen maakten zich zorgen dat IS mensen rekruteerde via Twitter, maar hun exacte macht en invloed was onbekend”, legt hij uit. “We zijn gaan meten: hoeveel Twitter-accounts hebben ze? Van wie zijn die accounts? Welke relaties hebben ze met elkaar?” Het onderzoek resulteerde in een artikel van 62 pagina’s dat in maart dit jaar werd gepubliceerd door het Brookings Institute.

De belangrijkste conclusie: IS had een jaar geleden tussen de 64.000 en 70.000 Twitter-accounts, maar slechts 2000 daarvan waren heel actief. “Ze lijken veel actiever op Twitter, dan ze dat daadwerkelijk zijn.”

Aanslagen in Parijs

En na de aanslagen in Parijs vorige week is Morgan opnieuw gestart met een kleinschaligs onderzoek. Twee zelfs. “De aanslagen waren vreselijk. En er waren vervolgens hashtags die IS-aanhangers op Twitter gebruikten om aanslagen te vieren. Vervolgens zag je een tegenbeweging ontstaan van mensen die deze hashtags kaapten om die mensen de mond te snoeren en op die manier hun steun te betuigen aan de slachtoffers.”

De officiële Twitter-accounts van IS

“Ik probeer nu te onderzoeken wie IS op die manier probeert tegen te werken op social media. Daar zitten mogelijk ook overheden achter en maatschappelijke groeperingen. Ik probeer in beeld te brengen wie die andere kant is, maar voor conclusies is het helaas nog te vroeg.”

Geheime diensten bellen me wel eens - Jonathan MorganDaarnaast is de datawetenschapper in radicalisering gedoken. “Ik probeer te zien hoe mensen radicaliseren of juist deradicaliseren. De manier waarop ze zich gedragen op social media verandert en dat kun je zien. Misschien kun je met behulp van de data die ik verzamel mensen er van weerhouden om te radicaliseren.”

Zijn onderzoek wekt uiteraard niet alleen de interesse van journalisten, maar bijvoorbeeld ook van inlichtingendiensten. “Ze bellen me wel eens”, is zijn korte, maar alleszeggende antwoord.

Popily

Maar deze twee projecten zijn slechts zijprojectjes voor Morgan op dit moment, want hij heeft dit jaar -samen met twee anderen- Popily opgericht: een startup die het mogelijk maakt voor iedereen om, zonder technische kennis, nuttige informatie uit datasets te halen. Of zoals hij zelf omschrijft “the magic of data science”.

“We maken het met Popily voor iedereen mogelijk om uit te zoeken wat er gebeurd in de informatie die overal om hen is. Het systeem legt relaties in de informatie en geeft hem structuur. Daarnaast probeert het te bepalen of die informatie potentieel interessant is.”

Popily

Popily geeft gebruikers niet één passend antwoord, maar geeft een aantal opties. Morgan vergelijkt het met koken: “In plaats van dat je zelf elke maaltijd moet koken die je met een aantal ingrediënten kunt maken, maakt de computer ze voor je en hoef jij alleen nog maar te kiezen welke je wilt eten.” Volgens de Amerikaan zitten er heel veel verhalen in data, maar is de één interessanter dan de andere.

Popily zit op dit moment binnen een accelator-programma, TechStars, in Austin, Texas. De dienst is daarom nog niet openbaar beschikbaar, dat gebeurt volgend jaar, maar een aantal organisaties heeft al toegang. En Morgan ziet dat ze mooie dingen doen.

We willen de wereld een beetje beter maken - Jonathon Morgan“De Verenigde Naties heeft bijvoorbeeld een grote enquete gedaan onder 8,5 miljoen mensen van over de hele wereld met de vraag: wat moet de VN doen om de wereld beter te maken? De antwoorden waren heel divers en gingen over thema’s als de gelijkheid tussen mannen en vrouwen, armoede en onderwijs. Het is moeilijk om daar met de hand doorheen te gaan en daarom gebruikt de VN Popily om de meest interessante verhalen uit te antwoorden halen. Die zijn vervolgens in de Algemene Vergadering gebruikt om een meerjarenplannen vast te stellen.”

Dat hij juist met de VN werkt is niet heel vreemd, want Morgan werkte in het verleden al vaker voor én met non-profits. Hij probeert nobele doelen na te streven in het leven. “Toen we besloten Popily te starten wilden we mensen helpen met de beslissingen die ze maken. We willen de wereld een beetje beter maken, doordat iedereen beslissingen maakt op grond van een beetje meer informatie.”

Kunstmatige intelligentie

Hij denkt dat de toekomst alleen nog maar interessanter gaat worden voor zijn bedrijf en voor hemzelf. “De apparaten en dingen waarmee we interacteren gaan data afgeven door het Internet of Things. We krijgen een beter beeld van de wereld door de data die we afgeven.”

Straks is iedereen gewend om met data om te gaan - Jonathon MorganDaarnaast verwacht Morgan dat mensen met de jaren beter leren omgaan met gestructureerde informatie. Hij vergelijkt het met hoe we eind vorige eeuw allemaal leerden werken met een computer. “Inmiddels gebruiken we de hele dag door onze smartphone. Deze ontwikkeling gaan we straks ook zien met data.”

Kunstmatige intelligentie gaat daar uiteraard een belangrijke rol in spelen, omdat het volgens hem resulteert in systemen die kunnen helpen om betere beslissingen te nemen op basis van al die data. “Als samenwerken met slimme machines de top van de berg is, zetten we nu onze voet pas onderaan de berg.”