De Grand Prix van Australië staat elk jaar garant voor spectaculaire crashes

Koen Vergeer
Koen Vergeer

De Formule 1 gaat dit weekend traditie- getrouw van start op stratencircuit Albert Park in Australië. Een circuit dat garant staat voor sensatie.

Yessss! We gaan weer los! Zodra zondagochtend de lichten boven de startstreep doven, scheuren twintig Formule 1-bolides weg voor een heel nieuw Formule 1-seizoen.Voorbij is het gespeculeer, het koffiedik kan gevoeglijk door de gootsteen, want dit, beste mensen, dit is het echie. De hartslag gaat omhoog, vanaf nu is het elke twee weken raak. Soms zelfs vaker. Maar geen start is zó lekker als die in Melbourne, hier hebben we met z’n allen op zitten wachten. Het is niet voor niets een van de meest bekeken starts van het jaar.

Koen VergeerKoen VergeerFormule 1 fanaat en autosport schrijver Koen Vergeer neemt je elk Grand Prix weekend mee in de roemruchte geschiedenis van de F1.Meer dan ooit zullen de Nederlandse Formule 1-fans op het puntje van hun stoel zitten. Want vanaf dit weekend wordt echt duidelijk waartoe Max Verstappen met zijn nieuwe Red Bull RB13 in staat mag worden geacht. Vanaf de kwalificatie op de (Australische) zaterdagmiddag, weten we hoe de kaarten zijn geschud. Wie is er snel, wie is er supersnel? En wie is er dit keer (weer) niet in geslaagd een fatsoenlijke auto op de baan te brengen? Maar pas op zondag worden de punten verdeeld en mag er geknokt worden om elk stukje asfalt. Racen. Daar gaat het om.

Explosieve start

Met al die hooggespannen verwachtingen staat de traditionele seizoensopener wat de coureurs betreft bol van puur, explosief ongeduld. Want zeg nou zelf, wat is er mooier dan aan de leiding de allereerste bocht van het seizoen ingaan? Nou ja, er ook aan de leiding weer uit komen! Hoe vaak kwam het in die allereerste meters al niet tot botsingen, grote en kleine, soms zelfs al vóór de eerste bocht?

Twintig overkokende ego’s die allemaal vinden dat zij al ritsend recht hebben om nog een paar plaatsjes op te schuiven. Natuurlijk, de start is een uitmuntende gelegenheid om plaatsen goed te maken, maar races win je echt niet in de eerste bocht. Laat staan wereldtitels. Het is dus zaak dat je er heel door komt, wat lang niet altijd iedereen lukt.

Martin Brundle vs. Fernando Alonso

Albert Park, even buiten het centrum van Melbourne, is sinds 1996 het decor voor de Grand Prix van Australië. Tussen 1985 en 1995 werd de race verreden op een stratencircuit in Adelaide. Adelaide was traditioneel de seizoensfinale, Melbourne is van meet af aan de vaste openingsrace van het seizoen geweest. Het circuit, gelegen rond een meer, kent mooie, glooiende lijnen met een aantal lastige chicane-achtige bochten, waar coureurs nog wel eens over het gras schieten.

Een bocht om echt in de gaten te houden is Turn 3. Na een lang recht stuk moeten de coureurs vol in remmen, van 310 terug naar minder dan 100 per uur. In het gedrang vlak na de start let dan niet iedereen even goed op de remborden langs de kant… In de openingsronde van de Grand Prix in 1996 kwam het hier dan ook meteen tot een horrorcrash, met in de hoofdrol Martin Brundle.

Het zag er angstaanjagend uit. De race werd onmiddellijk stilgelegd. Gelukkig kroop Brundle snel uit de ondersteboven liggende restanten van zijn Jordan. Terug in de pits zocht hij zo snel hij kon professor Watkins op voor een medical check. Op vragen als: “waar ben je?” en “welke dag is het vandaag?” wist Brundle de antwoorden, dus kreeg hij toestemming om opnieuw van start te gaan. Onder luid applaus sprintte Brundle naar de reservewagen.

Kort na de herstart reed hij overigens tegen Pedro Diniz op en spinde van de baan: race over. Hoe gevaarlijk Turn 3 is bewees Fernando Alonso vorig jaar toen hij Brundle’s crash nog eens dunnetjes over deed, waarbij Brundle, inmiddels commentator bij SkySports, kalmpjes opmerkte dat deze beelden hem nogal bekend voorkwamen.

Nieuwe troonpretendenten

Titelkandidaten en nieuwe troonpretendenten zullen zich in Melbourne onmiddellijk willen laten zien. Natuurlijk zullen de titelkandidaten zich in Melbourne onmiddellijk willen laten zien. De punten die je hier verdient kunnen straks in november de doorslag geven. Ook nieuwe troonpretendenten staan hier op. In 1996 reed Jacques Villeneuve bij zijn Formule 1-debuut zomaar 50 van de 58 ronden aan de leiding. Een olielek dwong hem echter gas terug te nemen. Verstandiger dan zijn vader Gilles reed hij op die manier de race uit, finishte als tweede en deed tot in de laatste race mee om de wereldtitel.

In 2003 stormde de piepjonge Kimi Räikkönnen in zijn McLaren van de vijftiende startplaats naar de leiding, die hij echter moest afstaan na te hard rijden door de pitstraat. Räikkönen stal de show echter door daarna Michael Schumacher ijskoud op het gras te duwen in een strijd om de derde plaats. Voor het eerst liet iemand zich niet intimideren door Schumacher, op dat moment zo’n beetje de alleenheerser in de Formule 1.

Het was voor het eerst sinds Monza 2001 dat Schumacher niet op het podium eindigde! Het leukst echter waren de pretoogjes van de Fin achteraf tijdens de persconferentie waarin hij verklaarde dat er in die bocht nu eenmaal plek was voor één auto.

Ik ben bang dat Bottas te braaf is om zich direct zo te laten zien Ik vraag me af of Valtteri Bottas dit jaar eenzelfde brutaliteit aan de dag durft te leggen als zijn landgenoot destijds, door zo Lewis Hamilton opzij te zetten. Zijn punt zou onmiddellijk gemaakt zijn! Ik ben bang dat Bottas daar te braaf voor is, precies de reden waarom Mercedes hém heeft gekozen als opvolger voor Nico Rosberg.

Of zal Sebastian Vettel zijn kunststukje van vorig jaar weten te herhalen en ditmaal wel winnen? Zal Ferrari Mercedes werkelijk kunnen uitdagen? Of toch Red Bull? Voel, voel het ongeduld!

Valse start van Max

Alweer twee jaar geleden maakte Max Verstappen zijn officiële Formule 1-debuut in Australië. Volgens zijn toenmalige teambaas Franz Tost reed hij daar een van zijn beste races van het jaar. Hij deed een lange, snelle stint op de hardere band en kon met nog 24 ronden te gaan op de zachtere band de aanval gaan openen op de concurrentie. Precies op dat moment gaf de motor de geest.

De frustratie was groot. Een zesde plaats met de bescheiden Toro Rosso in zijn debuutrace was mogelijk geweest. Vorig jaar finishte Max, nog altijd in de Toro Rosso, als tiende – goed voor één wereldkampioenschapspunt. Hopelijk voor hem, en al zijn fans, gaat het dit jaar nóg beter.