Linda Liukas: 'We moeten kinderen beter voorbereiden op de technologie'

Stan Hulsen
Stan Hulsen

In het boek Hello Ruby maken kinderen kennis met de zesjarige Ruby, die denkt als een computer. Volgens de auteur moeten we kinderen beter voorbereiden op de technologie waar ze in hun leven mee in aanraking gaan komen.

“Kinderen die nu geboren worden groeien op in een wereld waarin álles een computer gaat worden”, zegt Linda Liukas. “Van je tandenborstel tot je teddybeer. Alles krijgt een aan- en uitknop. Daarom moeten we kinderen al vroeg laten zien hoe computers werken.” Liukas is auteur van Hello Ruby. Het kinderboek is onlangs ook in het Nederlands verschenen.

Linda LiukasLinda LiukasLinda Liukas is schrijfster, illustratrice en programmeur. Ze is geboren in Finland en de oprichter van Rails Girls, waarmee ze meisjes en vrouwen enthousiast wil maken om te programmeren. Foto: Maija TammiDe hoofdpersoon Ruby is zes jaar oud, een tikkeltje eigenwijs, maar wel nieuwsgierig en heeft een grote fantasie. Als de vader van Ruby ’s ochtends zegt dat ze zich moet aankleden, trekt ze wel haar jurk en schoenen aan, maar houdt ze ook haar pyjama aan. Papa heeft immers niet gezegd dat ze haar pyjama uit moest trekken. “Het boek leert jonge kinderen niet om te programmeren”, zegt Liukas. “Dat is ook niet het doel. Wat ik met Hello Ruby wil bereiken, is dat kinderen de taal van deze eeuw gaan spreken.” De 21th century skills, noemt ze die. “Kritisch nadenken, samenwerken, oorzaak-gevolg snappen, terugkijken op wat je gedaan hebt en dat beter begrijpen wordt steeds belangrijker. Door middel van computional thinking kun je die vaardigheden beter beheersen. Kinderen moeten leren hoe een computer denkt.”

Volgens Liukas is dat belangrijk om de wereld te begrijpen, maar bovenal om niet bang te zijn voor de technologie. “Ik wil dat kinderen inzicht krijgen in hoe het werkt. We moeten ons bewust zijn hoe de technologie invloed op ons gaat hebben.”

“Als ik nu met kinderen praat, merk ik dat ze een vrij afgebakend beeld hebben van wat een computer is: dat ding waar papa ’s avonds achter zit te vloeken omdat hij zijn belastingaangifte niet kan doen. Maar voorwerpen worden slimmer, zonder dat zichtbaar is dat het om een computer gaat. Ik wil deze kinderen laten zien dat alles een computer kan zijn. Vaak geloven ze me dan niet: ‘dit flesje water is geen computer…!’. Maar na een tijdje speelt hun creativiteit op en bedenken ze nieuwe dingen die het flesje zou kunnen doen.”

Samenwerken met computers

En dat is belangrijk, vindt Liukas, nu computers steeds complexer worden. Het onderscheid wordt vager. Kijk maar naar de video van Spot, de robothond van Boston Dynamics. Op een gegeven moment krijgt die hond een schop.  En ondanks dat je met je volle verstand weet dat het een robot is, heb je het gevoel dat wat je doet niet juist is.

“Dat is natuurlijk vreemd”, zegt Liukas. “Maar het is een gezonde menselijke reactie. En ik denk dat dat goed is. Maar dit roept ook vragen op voor de toekomst.” Want wij vinden dit al indrukwekkend, maar kinderen die nu opgroeien, zullen niet anders gewend zijn.

We staan op dit moment nog maar aan het begin van de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. Kinderen die nu geboren worden en opgroeien, gaan de impact ervan merken in hun dagelijks leven.

Robot knuffelen

“Ik zelf heb met Pepper, de mensachtige robot, mogen knuffelen”, vertelt Liukas. “Dat voelde vreemd, maar ook vertrouwd. Robots zoals Pepper en de hond van Boston Dynamics doen je heel erg denken aan echte wezens. Je voelt empathie voor zo’n machine. Ik vraag me af of we AI niet minder menselijk moeten maken…”

Kinderen moeten nu al goed voorbereid worden op de wereld waarin ze opgroeien, zegt Liukas. “Ze moeten bijvoorbeeld nu al goed nadenken over hun toekomst. Het aanleren van computional thinking met bijvoorbeeld Hello Ruby is daar een voorbeeld van, maar het gaat verder. Ook volwassenen moeten nu al nadenken over de rol die kinderen later gaan hebben”, zegt Liukas

“Hoe gaan de toekomstige beroepen eruitzien? Ik vraag kinderen vaak om zelf een beroep te verzinnen. En dan mogen ze ook bedenken welke rol een computer er dan in speelt. Daardoor denken ze ook na over de rol die ze zelf moeten gaan spelen, en wat een computer voor ze kan doen. De computer wordt voor iedereen een sidekick.”